U bent hier

1947

Ondertussen had men ook de beschikking gekregen over een bergruimte in de kelders van het Universitair Sportcentrum (in de volksmond het "Sportkot" genoemd). In het begin van 1947 ging het materiaal er ei zo na verloren toen de Dijle buiten haar oevers trad. De inderhaast opgetrommelde leden konden de zwevers net op tijd in veiligheid brengen in de tegenovergelegen kantine, nu "De Spuye" genaamd.
Na de winter werd met toestemming van de weergoden op zon- en feestdagen druk geoefend en werden grotere hoogten en langere vluchten gemaakt. Tevens oefende men zich in het draaien van bochten. Met Half-Oogst van het jaar '47 had een geslaagd driedaags vliegkamp plaats op het terrein te Heverlee samen met de Antwerpse Zweefclub Meeuw. De lier van de Leuvenaars bewees hier zijn degelijkheid. Op het einde van het seizoen kreeg men een kleinere breuk aan de SG-38, die door de leden hersteld werd. Tijdens de winter werd er werk gemaakt van de bouw van een cockpit voor de SG-38.

Foto: Het Sportinstituut had meerdere keren te kampen met overstroming.
Op 5 maart 1947 steeg het niveau van de Dijle abnormaal hoog als gevolg van een dag en een nacht onverwacht sterke dooi. De Leuvense binnenstad dreigde te overstromen en men beperkte via de sluizen van "De Spuye" het debiet dat de stad binnen mocht. Met de aldus veroorzaakte opstuwing liet men dus bewust de Dijlevallei in Heverlee overstromen, om erger te voorkomen. Het Arenbergkasteel en het Sportinstituut (zie foto) hoorden bij de ergst getroffen gebieden.
Op 3 en 4 augustus 1951 was een tien meter brede bres in de dijk die de Dijle binnen haar oevers moest houden, er de oorzaak van dat de kelders en sportterreinen een tweede keer onder water kwamen te staan.
De brandweercorpsen van Brussel en Leuven waren 48 uur in de weer om het water terug in de Dijle te pompen.