U bent hier

1946

In maart 1946 kocht men bij de Luxemburgse douane een Duitse leszwever van het type SG-38 "Zögling" voor de prijs van 12.000 frank, som die weerom bijeen gebracht werd door de leden. Een paar leden haalden dit toestel tijdens een tweedaagse reis naar Leuven. Dit toestel was in dienst geweest bij de Hitlerjugend voor het aanleren van de basisbeginselen van het besturen van een vliegtuig. Het was één van de 5000 toestellen van dat type die vanaf 1938 gebouwd werden. Dit eenvoudig lestoestel had een vleugelspan van 10,45 m, een lengte van 6,30 m, een normale snelheid van 50 km/h en een daalsnelheid van 1 m/s. De glijhoek bedroeg 1/10. Het toestel werd gestald in het clublokaal (de bovenzaal van het café).

Er moest nu ook een lier gemaakt worden om het vliegtuig de lucht in te krijgen. Deze lier bestond uit een raam van dikke balken waarin twee dikke buizen (vlampijpen van een stoomlocomotief) gelagerd werden. Op één er van werd de kabel gedraaid, en een Engelse legertractor werd met de achterwielen op de buizen gezet om deze te doen draaien.

Met Pinksteren (9 en 10 juni) mochten de Leuvenaars met hun SG-38 twee dagen naar het vliegveld van Schaffen om er samen met de Antwerpse Zweefclub "De Meeuw" hun eerste vliegproeven te houden. Toen ging het er anders aan toe dan nu, want men beschikte niet over tweezitters waarin een instructeur meevloog om de stuurknuppel over te nemen als er wat mis ging. Men moest meteen leren vliegen op solo-toestellen. Eerste les: het toestel in de wind zetten en met de rolroeren horizontaal houden. Tweede les: een sprong van 10-20 meter hoog en 200 à 300 m ver!

Nadien werden op zondagen verdere oefenvluchten gehouden op het militair oefenterrein te Heverlee. Het scenario van een vliegdag was als volgt. 's Morgens vanaf 6 uur het toestel in zes delen langs het venster van het clublokaal buiten laten en met een kleine vrachtwagen naar het terrein voeren. Vliegtuig in mekaar zetten (uren werk!) en rond 11 uur beginnen met het starten. Na elke landing het toestel met vereende mankracht terug naar de startplaats slepen. Op het eind van de namiddag vliegtuig demonteren, terug naar het lokaal voeren, langs het venster terug naar binnen en rond 9 uur doodvermoeid naar huis!

Tijdens de eerste week van september (Leuven kermis) werd een tentoonstelling gehouden in zaal PATRIA, Tiensestraat, met medewerking van de Antwerpse Zweefclub Meeuw, Sabena, Universiteit Leuven, Militaire Luchtmacht, SESAL (Leuvense modelluchtvaartclub).

Met de aankoop van een Minerva-motor van 32 PK en een oud chassis van een auto kon de bouw van een moderne lier gestart worden. Onder impuls van "de Frans" Vranckx, die geen moeite spaarde, kreeg de "treuil" (lier) vaste vorm en werd het pronkstuk van de club.